donderdag 5 juni 2008

betreft lay out.

er volgen nog duidelijkere afbeeldingen van lay out.

Lay out



woensdag 14 mei 2008

Inleiding. (te laat ge-upload)

De vorm van Breda,

Wat is vorm?

De vorm van architectuur,
De stad,
Het plaatje,

Op de grote markt, mijn vertrekpunt
Onder mijn voeten kinderkopjes
Rechts van mij smalle gietijzeren afvoerroosters die oneindig door lijken te lopen
Ikzelf omringd door huizen met hoge fraai gevormde gevelpartijen
Natuurstenen leeuwen brullen naar me vanaf de blauwstenen siertrap van het stadhuis
Ik loop verder
Hoe verder ik raak, hoe strakker de tegels worden waar ik op loop
Valt het me op dat sierlijke ornamenten op voorgevels veranderen in betonnen vensterbanken
En klokgevels overgaan in scherpe, rechte hoeken.
Boven de scheve oude huizen zie ik grote grijze torens met tich scherp vierkante ramen die mij aanstaren.
Het geef met een onbehagen gevoel, tegelijkertijd houd ik ze op afstand, omdat mijn zicht wordt beperkt door de zon die achter de grauwe torens tevoorschijn komt.
De warmte van de zon laat me even het kille beeld vergeten,
Ik hoor geluiden van de markt,
Mensen roepen en schreeuwen om aandacht,
Het lijkt net of de huizen zwijgen,
Toch eisen ze aandacht van het oog,
Ze lonken met hun fraaie ornamenten op voorgevels naar me,
Grijze stenen pauwen laten hun veren zien,
Voor me nog steeds rechte lijnen van tegels,
Achter me hetzelfde verhaal en in ’n verre blik de bijna vergeten kinderkopjes.
Ik kijk nogmaals om,
De kerk, hij is zo groot en magnifieke van bouwstijl, toch springt hij er niet tussenuit,
Hij zit vast, vast tussen de architectuur die later is gekomen en met brede schouders hun plaats bezet houden.
Zijn toren nog zo hoog en nog geen adem krijgen,
Net als ik, als ik naar zijn toren kijk en hoge gevels in de smalle straat,
Muren te hoog om te ademen,
Toch kan ik niet stoppen met kijken,
Het geluid van de mensen laat ik achter me en ik laat me opeten door de straten.

ochtendmist.

Net als de mensen slapen huizen nog, de deuren gesloten gordijnen dicht, de zon die pobeert binnen te dringen, maar ramenzijn gesloten vensters en de gladde rechte scherpe vrij lelijke afvoergootjes die hen op hun pad houden zien er dof uit. Ookal probeert de zon juwelen van ze te maken.

eigen stukje tekst, nacht.

Ik ben het café beu en heb honger, ik loop richting de grote markt, mijn vertrekpunt nu slechts een verbinding tussen wegen die ik bewandel.
De huizen lijken groter dan bij licht, maar het geeft me een warm gevoel, de scherpen randen en grauwe kleuren, lelijk marmer en beveiligingshekken vallen weg in rustige silhouetten die hun adem inhouden en geheimen bewaren tot de volgende ochtend.
Naar boven kijk ik,
De kabels van vanmiddag lijken verdwenen te zijn,
Silhouetten die zweven en toch muurvast aan de grond zitten,
Ik struikel over mijn veters, in de verte dronkengezang, of het mooi is? Geen idee.
Want niks kan echt tot mij doordringen, ik schuil in ’n silhouet wat in mijn ogen ’n portiek is om mijn veters weer goed vast te knopen.
Even blijf ik zitten, voelen hoe rustig en doch sprekend de stad is, ook al zwijgt het.
Ik sta op en loop verder,
De grote markt,
Daar aangekomen,
Erger ik me niet meer aan de rechte tegels, deze vormen nu één geheel, een weg, mijn pad naar huis.

overdag, met de neus omhoog




































overdag.







zijn muren te hoog om te ademen.